Internationale wapenhandel
Wapenhandel & restricties | Europese gedragscode | Ontwikkelingen van internationale wetgeving | Informatie over ... | Scriptie | Mijn Stage
Wapenhandel & restricties

Het tegengaan van wapenhandel is een belangrijke schakel in het internationale veiligheidsbeleid. Nederland en de Europese Unie hebben de wapenexport naar landen buiten de Europese Unie gereguleerd en onderworpen aan criteria. Zo worden er geen vergunningen afgegeven als er het vermoeden is dat wapens in het buitenland worden misbruikt om de mensenrechten te schenden, worden gebruikt in een situatie van binnenlandse oppressie, of als ze gekocht worden om vervolgens gebruik te worden in een regionaal conflict. Deze criteria zijn vastgelegd en ondertekend door de lidstaten in de "Code of Conduct on Arms Export" ofwel Europese Gedragscode aangaande wapenexport.

Europese gedragscodeDe eerste Europese gedragscode stamt uit 1998 en bestaat uit een politiek bindende verklaring waarin lidstaten gebonden zijn de acht criteria uit de gedragscode toe te passen. De tekst van dit document is in 2005 herzien en aangescherpt, en is in december 2008 als Gemeentschappelijk Standpunt (Common Position) aangenomen. Dit betekend dat het verdrag nu ook juridisch bindend is voor lidstaten van de Europese Unie en ze verplicht zijn hun nationale wetgeving erop aan te passen.De acht criteria waarop export van militaire goederen en technologien getoest worden zijn:
1. Respect voor internationale verplichtingen van de lidstaten;
2. Mensenrechten en het respect voor het Internationaal Humanitair Recht in het land van eindbestemming;
3. Interne situatie in het land van eindbestemming (spanningen of gewapende conflicten);
4. Behoud van regionale vrede, veiligheid en stabiliteit;
5. De nationale veiligheid van de lidstaten en bondgenoten;
6. Gedrag van het land van eindbestemming t.a.v. de internationale gemeenschap, in het bijzonder t.a.v.  terrorisme, de aard van zijn allianties en het respect voor het internationaal recht;
7. Risico van omleiding van de goederen binnen het land, of her-export onder ongewenste omstandigheden;
8. Verenigbaarheid van de wapenexport met de technische en economisch capaciteit van het ontvangende land (duurzame ontwikkeling).

Lidstaten maken vervolgens per exportvergunning een afweging van de verenigbaarheid van de export van het specifieke goed, naar de specifieke eindbestemming en eindgebruiker. Wanneer een lidstaat een vergunning afwijst komt deze in een Europees regulatiesysteem terecht zodat andere lidstaten ook weten welke transacties er geweigerd zijn en op basis van welke criteria. De basisgedachte hierbij is dat men er naar streeft in de Europese Unie een "level playing field" te creeren waarin bedrijven uit verschillende lidstaten dezelfde kansen hebben, maar ook gebonden zijn aan dezelfde restrictieve maatregelen. Mocht een lidstaat toch overwegen een bepaalde transactie door te zetten, dan zijn ze verplicht de andere lidstaat te consulteren over de argumenten achter de weigering en vervolgens bericht te geven over de redenatie achter een eventuele goedkeuring. Deze transacties worden "undercuts" genoemd, hoewel dit uiteindelijk betekend dat de lidstaten de Code kunnen interpreteren hoe ze willen zend dit wel een negatief signaal. Omdat deze gegevens openbaar worden gemaakt heeft iedereen toezicht op het beleid dat verscheidene lidstaten voeren en kunnen deze er vervolgens nog op afgerekend worden.

Het "Flemisch Peace Institute" heeft in januari 2010 een interessant artikel over de impact van het nieuwe Gemeenschappelijk Standpunt gepubliceerd: "The Common Position on arms exports in the light of the emerging European defence market". Je kunt het hier lezen. 

Ontwikkelingen van internationale wetgeving
Op dit moment zijn er onderhandelingen gaande om tot een internationale overeenkomst te komen die wapenhandel en -export reguleerd. Meer informatie hierover kun je op de volgende websites vinden:

Informatie over ...
- Nederlands exportbeleid: Het Ministrie van Economische Zaken, bied informatie over het exportbeleid en hier zijn ook de kamerstukken en exportverslagen te vinden.

- Wapenexport en -productie in Europa: het Stockholm International Peace Reserach Institute (SIPRI) doet onderzoek naar vraagstukken over conflict & samenwerking welke van belang zijn voor de internationale vrede en veiligheid. Ze houden een database bij over wapenhandel en -productie en doen onder andere onderzoek naar de implementatie van europese regelgeving op het gebied van wapenexport.

- Kritiek op het Nederlandse beleid: door de organisatie Campagne Tegen Wapenhandel.

- De internationale campagne tegen wapenhandel: ControlArms is een samenwerkingsverband van NGO's uit heel Europa die streven naar een internationaal verdrag dat restricties plaatst op wapenhandel. 
 

Scriptie
Arms Export Regulations & Member State Preferences In het kader van het Master programma 'International Public Policy and Public Management' heb ik onderzoek gedaan naar de invloed van de voorkeuren die lidstaten hadden voorafgaande aan en tijdens de onderhandelingen over de te hervormen gedragscode (tot een Gemeentschappelijk Standpunt).

Het onderzoek draagt de titel "Arms Export Regulations & Member State Preferences; A Case Study Research on the impact of Interests, Institutions, and Information on the National Preference concerning the Common Position on Arms Export". 
Aan de hand van de theorie van Helen Milner word de invloed van belangen, instituties en informatie op de uitkomst van de onderhandelingen voor de lidstaten Frankrijk en Groot-Brittanie onderzocht. De volledige thesis kunt u hier downloaden.

Mijn Stage
In het voorjaar van 2008 heb ik enkele maanden stage gelopen bij de afdeling "Wapenexport en Wapenbeheersing" binnen het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Mijn voornaamste taak was om de adviezen aan de minister op te stellen betreffende aanvragen voor vergunningen van wapenexport. Hierbij volgt Nederland de Europese gedragscode en wordt er voor elke specifieke aanvraag gekeken wat de export van het specifieke goed, naar de specifieke bestemming betekent in het kader van de acht criteria. Op basis hiervan maakt de afdeling een advies aan de minister, of waar het ontwikkelingslanden betreft beide ministers. Het besluit van de minister wordt teruggekoppeld aan het Ministerie van Economische Zaken, welke beslist om de vergunning al dan niet af te geven. 
Naast het opstellen van advies ben ik ook nog bezig geweest om te bestuderen hoe Nederland het nieuwe criterium twee van de herziende gedragscode zou moeten toepassen. Het nieuwe criterium houdt in dat er niet alleen rekening wordt gehouden met de situatie t.a.v. mensenrechten op de plaats van eindbestemming, maar dat er ook rekening gehouden moet worden met eventueel misbruik i.v.m. het Internationaal Humanitair Recht. Dit n.a.v. het besluit van minister Koenders in 2008 om meer te doen aan de bescherming van mensenrechten en daarom alvast het nieuwe criterium toe te passen, zonder dat het verdrag in werking is getreden.


 



31 oktober 2010